ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

site voor de ministers van de Vlaamse overheid

Vlaamse regering keurt conceptnota Kinderopvang goed.

Inleiding

Het eerste Belgische kinderdagverblijf werd in Brussel geopend in 1845, gevolgd door gelijkaardige caritatieve initiatieven van lokale industriëlen. De levensomstandigheden van de arbeiders waren miserabel, de kindersterfte was groot. In de negentiende eeuw waren er geen sociale voorzieningen van overheidswege.

Begin van de twintigste eeuw werd het verbod op kinderarbeid goedgekeurd. Gegoede burgers namen initiatieven om de ergste nood van de armen te verlichten. De grote kindersterfte werd niet toegeschreven aan de context waarbinnen de armen moesten zien te overleven, maar aan hun onwetendheid. Burgervrouwen wilden de arbeiders ‘opvoeden’ met liefdadigheidswerken als raadplegingen voor jonge moeders, volkskeukens en ‘melkdruppels’. Ook de eerste crèches behoorden tot deze initiatieven. De overheid steunde deze initiatieven en verstrekte soms subsidies.

De wet van 1919 richtte het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (NWK), het was een soort koepel van private initiatieven en de staat kon enkel subsidiëren, dus niet rechtstreeks tussenkomen. Kinderopvang werd bestempeld als een noodzakelijk kwaad. De focus ligt op voeding en hygiëne. Kinderen hoorden immers bij hun moeder thuis te zijn. Tegen het einde van WO II, waren er in België nog altijd maar 62 kinderdagverblijven voor amper 2 700 kinderen. Ze kregen slechts een kleine overheidssubsidie voor ouders die onder de armoedegrens leefden.

Download hier de volledige conceptnota. pdf-document (1,5 MB, 26 juli 2010)

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 26 juli 2010. Laatst gewijzigd op 26 juli 2010