Zoveel mogelijk gewoon in de samenleving en zo weinig mogelijk uitzonderlijk en afzonderlijk, dat is de baseline van de nota “Perspectief 2020: nieuw ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap” van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen. De minister bouwt verder op de ernstige inspanningen van vorige legislatuur en kiest resoluut voor een meer vraaggestuurd beleid: personen met een handicap zijn volwaardige burgers, van wie we de persoonlijke autonomie, rechten en capaciteiten respecteren. Ze nemen zo autonoom mogelijk deel aan de samenleving. We helpen ze, opdat ze dat zouden kunnen. Isolement van personen met een handicap vermijden we. Om dit mogelijk te maken moeten de sector en het Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) door een stevig veranderingstraject. Ook wenst minister Vandeurzen het sociaal ondernemerschap in de sector te bevorderen. De minister schuift 11 strategische projecten naar voren en wil tegen 2020 onder meer een zorggarantie voor die mensen in de doelgroep met de grootste ondersteuningsnood. Er komt ook een veranderingsmanager.
Download de volledige persmededeling hier.
(193 kB, 31 augustus 2010)
"Van het volgende schooljaar (2010-2011) af biedt de Vlaamse overheid aan alle meisjes van het eerste jaar secundair onderwijs in Vlaanderen gratis vaccins tegen het humaan papillomavirus (HPV) aan." Dat meldt Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen. Een klein aantal types HPV kan bij meisjes en vrouwen op lange termijn baarmoederhalskanker veroorzaken. Volledige vaccinatie bestaat uit drie inspuitingen in de loop van één schooljaar. Ze kunnen gegeven worden door de CLB’s of door een arts naar keuze. Jo Vandeurzen verwacht dat door de vaccinatie op termijn minder vrouwen baarmoederhalskanker krijgen.
Humaan papillomavirus
Humaan papillomavirus (HPV) is een virus dat veel voorkomt en waarvan er meer dan 100 types bestaan. Een klein aantal types kan bij meisjes en vrouwen op lange termijn baarmoederhalskanker veroorzaken. Die types kunnen via seksueel contact overgedragen worden. Hoewel de meeste infecties meestal vanzelf verdwijnen, veroorzaken twee types HPV ongeveer 70% van alle gevallen van baarmoederhalskanker. Hiertegen is vaccinatie mogelijk.
Lees de volledige persmededeling hier.
(186 kB, 23 augustus 2010)

De Vlaamse minister van Wonen Freya Van den Bossche en de minister van Welzijn Jo Vandeurzen zijn overtuigd van de noodzaak van een goede afstemming tussen hun beleidsdomeinen. Via een conceptnota Wonen-Welzijn willen zij deze intentie concretiseren en naar aanleiding van deze nota verkennen de bevoegde ministers nu het “werkveld”. Ze bezoeken samen good practices op de snijlijn tussen de beleidsdomeinen van wonen en welzijn. Op hun ronde stappen ze af in Genk voor een voor Vlaanderen uniek project rond wonen op een kamer met begeleiding binnen sociale huisvesting.
Genk heeft vanuit zijn mijnverleden een grote traditie op vlak van logementen, waarbinnen kamers werden verhuurd aan alleenstaande mijnwerkers. De kwaliteit van deze logementhuizen liet (de laatste jaren) soms te wensen over. Om paal en perk te stellen aan deze kwaliteitsproblemen werd er een saneringsproces op gang gebracht bij de bestaande logementen door een uniek samenwerkingsverband tussen stadsdiensten, politie, brandweer, OCMW, sociale huisvestingsmaatschappij Nieuw Dak, CAW Sonar en RIMO Limburg. De lokale overheid verplichtte de logementbazen om hun kamers aan te passen aan de regelgeving, hetgeen leidde tot een drastische daling van het aantal logementkamers. Tegelijkertijd kocht de SHM Nieuw Dak een voormalig logementhuis aan om te renoveren opnieuw met als doel het creëren van betaalbare en kwaliteitsvolle kamers. Hieruit groeide het project rond kamerwonen in een samenwerkingsverband tussen Wonen (Nieuw Dak) en Welzijn (OCMW Genk, CAW Sonar en RIMO).
Vanaf 2002 werd dit complex sociaal verhuurd met een duidelijke klemtoon op de begeleiding van de doelgroep. Heel het project draait om 8 kamers en 8 studio’s waar niet alleen huisvesting, maar ook woonondersteuning geboden wordt aan 16 kwetsbare alleenstaande mannen met een problematische woongeschiedenis.
De woonondersteuning wordt geboden door CAW Sonar en gebeurt individueel. De ondersteuning van de bewoners is erg divers en beslaat zowat alle mogelijke levensdomeinen.
Het RIMO ondersteunt het “huiskamerproject” WASDA? Binnen dit huiskamerproject worden ontmoetingsmomenten, maaltijden en activiteiten georganiseerd voor de bewoners van de Genkse logementen. Een aantal van de bewoners van de Vennestraat zijn ook vrijwilliger binnen WASDA?. In de schoot van RIMO ijvert een ‘woongroep’ voor betaalbaar wonen. Er is hier specifieke aandacht voor de positie van de kwetsbare huurder.
Het OCMW heeft het project een financiële impuls gegeven met SIF- en later Stedenfondsmiddelen en neemt indien nodig de financiële en psychosociale begeleiding van de bewoners voor haar rekening.

Nieuw Dak, tenslotte, neemt de rol op van de huisbaas. Zij organiseren de verhuring en houden toezicht in de gemeenschappelijke delen. Ervaring heeft geleerd dat het belangrijk is deze verschillende rollen uit elkaar te halen.
Het engagement van deze 4 organisaties zorgt ervoor dat de huisvesting van 16 kwetsbare mannen gegarandeerd is. Sterker nog dat er gewerkt wordt aan de (woon-)vaardigheden van deze huurders, in de overtuiging dat ze kunnen doorgroeien naar ‘wonen zonder begeleiding’.
Dit partnership situeert zich op het kruispunt van Wonen en Welzijn en vindt zijn kracht in het feit dat iedere deelnemer van op zijn eigen stoel zijn expertise en competenties inbrengt, met respect voor de eigenheid en de beperkingen van de andere partijen.
Betrokken organisaties zijn vragende partij voor experimenteerruimte om ook nog andere projecten verder uit te werken. Aanzetten zijn inmiddels al gegeven, maar moeten verder geconcretiseerd worden, zoals bijvoorbeeld het organiseren van assistentiewonen binnen de seniorenhuisvesting, de verdere uitbouw van woonzorgzones, ….
Download hier de volledige persmededeling.
(114 kB, 26 juli 2010)
Inleiding
Het eerste Belgische kinderdagverblijf werd in Brussel geopend in 1845, gevolgd door gelijkaardige caritatieve initiatieven van lokale industriëlen. De levensomstandigheden van de arbeiders waren miserabel, de kindersterfte was groot. In de negentiende eeuw waren er geen sociale voorzieningen van overheidswege.
Begin van de twintigste eeuw werd het verbod op kinderarbeid goedgekeurd. Gegoede burgers namen initiatieven om de ergste nood van de armen te verlichten. De grote kindersterfte werd niet toegeschreven aan de context waarbinnen de armen moesten zien te overleven, maar aan hun onwetendheid. Burgervrouwen wilden de arbeiders ‘opvoeden’ met liefdadigheidswerken als raadplegingen voor jonge moeders, volkskeukens en ‘melkdruppels’. Ook de eerste crèches behoorden tot deze initiatieven. De overheid steunde deze initiatieven en verstrekte soms subsidies.
De wet van 1919 richtte het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (NWK), het was een soort koepel van private initiatieven en de staat kon enkel subsidiëren, dus niet rechtstreeks tussenkomen. Kinderopvang werd bestempeld als een noodzakelijk kwaad. De focus ligt op voeding en hygiëne. Kinderen hoorden immers bij hun moeder thuis te zijn. Tegen het einde van WO II, waren er in België nog altijd maar 62 kinderdagverblijven voor amper 2 700 kinderen. Ze kregen slechts een kleine overheidssubsidie voor ouders die onder de armoedegrens leefden.
Download hier de volledige conceptnota.
(1,5 MB, 26 juli 2010)
Introductie Case ITHAKA, Oostende
De vzw Ithaka coacht mensen met een verstandelijke beperking. De vzw slaagt er de jongste jaren aardig in het begrip “inclusie” een gezicht te geven. Het gezicht van mensen die zorg op maat krijgen, die ondanks hun beperking, de regie van hun leven in handen houden, zelfstandig blijven en voluit deel uitmaken van en deelnemen aan onze samenleving. De vzw. Ithaka pioniert met een Blue Call Phone. Dat is een gewone gsm die de cliënten meekrijgen als ze op stap gaan. De coach laat op de gsm een tekst verschijnen tegen een blauwe achtergrond. Bv. met de vraag: “Kunt u mij een teken geven als ik moet afstappen van deze bus?”. Het is een korte tekst die een wereld van verschil maakt.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
(Download de volledige persmededeling ivm Flanders' Care hier.
(197 kB, 8 juli 2010) )
Vlaanderen in Actie is het ambitieuze toekomstproject van de Vlaamse Regering. Eén van de voornaamste pijlers van Vlaanderen in Actie is “Flanders’ Care”, het project voor innovatieve doorbraken in alle vormen van zorg. Verschillende beleidsmaatregelen van Flanders’ Care zijn intussen klaar voor uitvoering in samenwerking met de zorgsector, de kennisinstellingen en de ondernemingswereld. Om de betrokkenheid van en aansturing door deze betrokkenen te verzekeren start Flanders’ Care vandaag een zorgvernieuwingsplatform. Deze stuurgroep van Flanders’ Care platform adviseert de bevoegde ministers. Voorzitter van de stuurgroep is Johan Hellings, CEO van de ziekenhuiskoepel Icuro. Flanders’ Care informeert vandaag de stakeholders over hoe de overheid met hen doorbraken wil verwezenlijken. Ten slotte is van vandaag af ook de website online: www.flanderscare.be.
Met Flanders’ Care wil de Vlaamse Regering de revolutionaire medisch-technologische vooruitgang aanwenden in het voordeel van de patiënten en voor industriële vermarkting van Vlaamse innovatie. De missie van Flanders’ Care is “op een aantoonbare wijze en door innovatie het aanbod van kwaliteitsvolle zorg verbeteren en verantwoord ondernemerschap in de zorgeconomie stimuleren.”
Die innovatie moet het resultaat zijn van een kruisbestuiving tussen de zorgcentra, kenniscentra, beroepsbeoefenaars in de zorg en de bedrijfswereld. Die zijn allemaal vertegenwoordigd in het zorgvernieuwingsplatform. Flanders’ Care moet een echte revolutie teweegbrengen in het zorgtechnologische aanbod en van Vlaanderen een internationaal gereputeerde innovatieve zorgregio maken.
Zorg in evolutie
Zoals elders in de Westerse wereld plaatst de demografische evolutie Vlaanderen voor een grote uitdaging. Tegen het jaar 2030 zal de Vlaamse bevolking voor meer dan 25 procent uit 65-plussers bestaan. Onder de oudere bevolking zelf vindt een veroudering plaats: de ouderen zijn almaar ouder, de groep van de hoogbejaarden (plus 80) neemt het sterkst in aantal toe. Volgens het Nationale Instituut voor de Statistiek beleeft Vlaanderen tegen 2050 een verdrievoudiging van het aantal 80- tot 100-jarigen en zelfs een vertienvoudiging van het aantal honderdjarigen. Het aandeel jonge mensen daalt en zal dalen. In de toekomst zal ongetwijfeld een beperkter aantal mensen beduidend meer lasten moeten dragen. De vergrijzing, de verzilvering, de ontgroening zijn nog maar begonnen.
Daarnaast biedt de technologische vooruitgang steeds meer mogelijkheden en ondergaat niet enkel de zorg en de geneeskunde een grote verandering, maar ook de patiënt evolueert. Mensen met een of andere beperking zoeken steeds meer aansluiting tot de maatschappij, de zorgvrager van morgen wil op een zinvolle manier aan de maatschappij participeren. Factoren zoals mobiliteit en sociale betrokkenheid winnen stelselmatig aan belang. In de zorg van de toekomst zal de patiënt centraal staan.
Deze vaststellingen betekenen een grote uitdaging en houden ook kansen in. Die kansen zijn er dankzij de technologie en ten bate van de mensen. Flanders’ Care focust op domeinen in de zorg waar de Vlaamse overheid voor bevoegd is en het verschil kan maken, domeinen die in de toekomst aan belang winnen. Preventie en thuiszorg bijvoorbeeld.
Flanders’ Care kiest voor een betere, trefzekere, preventieve gezondheidszorg en zet daarvoor assistieve technologie in, telegeneeskunde, zorg-ICT, translationele geneeskunde, en de nieuwste diagnostiek en medische beeldvorming. Het Vlaamse technologieaanbod kan hierop inspelen. Het heeft een enorm potentieel in de zorg dat voorlopig onderbenut wordt.
Download de volledige persmededeling hier.
(197 kB, 8 juli 2010)
De Vlaamse Regering wil dat kinderopvang ook voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte toegankelijker wordt. Voor hen en voor hun ouders is opvang, vooral op cruciale momenten, zeer heilzaam. Daarom besliste de Vlaamse Regering in het voorjaar van 2009 om 800.000 euro extra te investeren in meer aanbod. “Dit gaat om inclusieve opvang,” zegt Vlaams minister Jo Vandeurzen, “ dat wil zeggen dat deze kinderen een plekje krijgen in de gewone kinderopvang. Het is een illustratie van de vermaatschappelijking van de zorg die ons beleid kenmerkt: waar dat haalbaar is zorg aanbieden in de samenleving en niet geïsoleerd.”
Kinderen met een specifieke zorgbehoefte zijn kinderen die door medische of psychosociale problemen meer intensieve zorgen nodig hebben. Niet alleen kinderen met motorische of andere handicaps komen in aanmerking, ook kinderen met epilepsie, ontwikkelingsstoornissen, ADHD,…vallen hieronder.
De Vlaamse Regering heeft veel aandacht voor diversiteit. Daarom wordt inclusieve opvang van kinderen gestimuleerd. In inclusieve zorg worden kinderen in hun eigenheid en diversiteit gelaten.
Verschillen tussen kinderen zijn een verrijking voor de opvangvoorzieningen en voor de ontwikkeling van de kinderen zelf. Inclusieve opvang betekent dat de zorg binnen de opvangvoorzieningen aangepast wordt aan de kinderen en niet dat de kinderen zo geoefend worden dat ze hun gedrag aanpassen aan de bestaande zorg.
De Vlaamse Regering maakte in 2009 bijkomend 800.000 euro vrij om de kinderopvangvoorzieningen te ondersteunen met een inclusief zorgaanbod.
Met dit budget krijgen Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest er 132 blijvende plaatsen bij: 55 plaatsen voor diensten voor onthaalouders en 77 plaatsen voor erkende kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse opvang verbonden aan kinderdagverblijven (BOKDV), initiatieven voor buitenschoolse opvang (IBO) en lokale diensten voor buurtgerichte kinderopvang (LODI). Daarnaast zijn ook middelen beschikbaar voor individuele ondersteuning voor kindjes met een specifieke zorgbehoefte in de kinderopvang.
De verdeling van de blijvende plaatsen gebeurde via een voorafname van 10% van de middelen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (12 plaatsen). De overige plaatsen werden op voorhand over de provincies heen verdeeld, op basis van het percentage kinderen tussen 0 en 12 jaar.
|
|
Antwerpen |
Limburg |
Oost-Vlaanderen |
Vlaams-Brabant |
West-Vlaanderen |
|
Verdeelde plaatsen DVO |
17 |
8 |
13 |
5 |
12 |
|
Verdeelde plaatsen IBO-KDV-BOKDV-LODI |
17 |
8 |
14 |
15 |
11 |
|
TOTAAL PER PROVINCIE |
34 |
16 |
27 |
20 |
23 |
De beslissingen zijn vanaf vandaag te raadplegen op de website van Kind en Gezin via volgende link:
• voor erkende kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang verbonden aan erkende kinderdagverblijven: http://www.kindengezin.be/Algemeen/Over_Kind_En_Gezin/Beheersbeslissingen/KOKDV_2010_06.jsp
• voor initiatieven voor buitenschoolse opvang: http://www.kindengezin.be/Algemeen/Over_Kind_En_Gezin/Beheersbeslissingen/KOBO_2010_06.jsp
• voor diensten voor onthaalouders: http://www.kindengezin.be/Algemeen/Over_Kind_En_Gezin/Beheersbeslissingen/KODVO_2010_06.jsp
• voor lokale diensten voor buurtgerichte opvang: http://www.kindengezin.be/Algemeen/Over_Kind_En_Gezin/Beheersbeslissingen/KOActieplan_lokale_diensten_2010_06.jsp
Download de volledige persmededeling in PDF.
(116 kB, 5 juli 2010)
Vandaag wordt een projectoproep gelanceerd voor de hoognodige hervorming van de geestelijke gezondheidszorg in ons land. De hervorming waarvoor de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten zich engageren behelst vooral een planmatige en intensieve samenwerking in de geestelijke gezondheidszorg tussen intramurale (ziekenhuizen, …) en extramurale voorzieningen (centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG), …). Eerder, tijdens de interministeriële conferentie “volksgezondheid” van 26 april 2010, hebben alle bevoegde ministers al de bilaterale gids “naar een betere geestelijke gezondheidszorg door de realisatie van zorgcircuits en zorgnetwerken” goedgekeurd. Psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische afdelingen in ziekenhuizen zullen hun financiële middelen flexibeler kunnen aanwenden. Zo kunnen ze bv. psychiatrische bedden tijdelijk uit gebruik nemen om met de middelen die zo vrijkomen mobiele multidisciplinaire teams samen te stellen voor ambulante begeleiding, behandeling of psychosociale revalidatie van personen met psychische problemen. Ze kunnen dit ook doen om de zorg in hun leefeenheden te intensifiëren. “De gemeenschappen en gewesten moeten ervoor zorgen dat de zorg- en welzijnsactoren voluit kunnen investeren in promotie, preventie, vroegdetectie en vroeginterventie. Een tijdige detectie van bv. een psychose leidt tot een opmerkelijke gezondheidswinst,” zegt Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen.
Lees de volledige persmededeling hier.
(143 kB, 9 juni 2010)
Op voorstel van Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche en Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen heeft de Vlaamse regering de conceptnota ‘Samenwerking Wonen – Welzijn’ goedgekeurd. Een duidelijke afbakening van de kerntaken, samenwerking tussen de administraties en budgettaire engagementen moet een antwoord bieden op de groeiende lokale vraag naar een afstemming van het beleid voor Wonen en Welzijn. De welzijnssector vraagt een woonbeleid dat inspeelt op nieuwe zorgnoden, terwijl steeds meer sociale huurders aangepaste begeleiding nodig hebben.
De nood aan samenwerking tussen het woon- en welzijnsbeleid is steeds meer voelbaar. Voor een stijgend aantal mensen zijn de huidige woonvormen niet aangepast aan hun noden. In de welzijnssector is er een groeiende vraag naar zelfstandig wonen in combinatie met zorgondersteuning. In de sociale huisvesting is een stijgend aantal kwetsbare huurders vragende partij voor meer begeleiding. “Als de woonsector een aangepast welzijnsaanbod vraagt en de welzijnssector een aangepast woonaanbod, dan ligt de oplossing in samenwerking tussen beide sectoren”, aldus de bevoegde ministers Van den Bossche en Vandeurzen, “wij willen duidelijkheid scheppen voor lokale initiatieven die zich op het kruispunt van wonen en welzijn ontwikkelen. Dit gaat om concrete noden zoals die van een ex-psychiatrische patiënt die een sociale woning huurt en extra woonbegeleiding nodig heeft, of van een persoon met een handicap die zelfstandig wil wonen en een sociale woning zoekt.”
In essentie komt de samenwerking tussen het woon- en welzijnsbeleid erop neer dat minister Van den Bossche een aangepast woonaanbod realiseert en andere wooninstrumenten zoals de huursubsidie ook toegankelijk worden voor de doelgroepen van Welzijn. Minister Vandeurzen staat in voor de zorgverlening en de aanpassing van de zorginfrastructuur.
Dit uitgangspunt wordt vertaald in concrete initiatieven die worden ondergebracht in thematische clusters.
Lees de volledige perstekst hier.
(134 kB, 7 juni 2010)
Klik hier om de conceptnota Wonen en Welzijn te lezen.
Minder kinderen met een lui oog door innoverende vroegdetectie
31 mei 2010 - Vandaag stellen Kind en Gezin, Vlaams minister van Innovatie, Ingrid Lieten, en Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, het proefproject oogscreening voor. Met de oogscreening wil Kind en Gezin bij jonge kinderen tijdig afwijkingen opsporen en behandelen die aanleiding geven tot het ontstaan van een ‘lui oog’ (in medische termen amblyopie). De nieuwe oogscreening is het resultaat van jaren studie, prospectie en ontwikkeling. Na een jaar proefdraaien in Limburg volgt een veralgemeende invoering in Vlaanderen en Brussel. Minister Ingrid Lieten: “Door als overheid te investeren in nieuwe technologieën, kunnen we voortaan bij jonge kinderen vroegtijdig oogafwijkingen opsporen. Investeren in de vernieuwing van onze zorg verhoogt de kwaliteit van onze gezondheidszorg voor alle Vlamingen.” Voor Minister Jo Vandeurzen staat vroegdetectie voorop in zijn preventiebeleid: “Hoe vroeger de diagnose, hoe beter, hoe meer gezondheidswinst. Op termijn wordt met de oogscreening het aantal kinderen met een lui oog teruggedrongen van 6 naar minder dan 2%.”
Een lui oog of amblyopie veroorzaakt bij 5 tot 6% van baby’s en kinderen een verminderd zichtsvermogen. De vermindering is onomkeerbaar en niet te corrigeren. Gezichtsstoornissen hinderen de schoolse ontwikkeling, en de socialisatie van het kind. Amblyopie leidt ook tot verminderd of het wegvallen van dieptezicht en betekent een handicap voor het latere beroepsleven.
Vroegdetectie
Het risico op amblyopie is het hoogst in de eerste twee tot drie levensjaren, maar kan, tot de leeftijd van 7 à 10 jaar, optreden zolang de visuele ontwikkeling van het kind niet voltooid is. De afwijking wordt vaak pas ontdekt in de kleuterklas. Het reduceren van de gezichtsvermindering is dan zeer moeilijk en vereist een intensieve behandeling. Het resultaat ervan, is onzeker.
Uit onderzoek blijkt dat vroegtijdige oogscreening en behandeling leiden tot een daling met 45-62% van het aantal gevallen van amblyopie. Dankzij de test kan het aantal kinderen dat een lui oog ontwikkelt afnemen van 6% tot minder dan 2%.
Kindvriendelijke test
Het toestel waarmee Kind en Gezin de screening zal uitvoeren werd ontwikkeld samen met het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). De nieuwe kindvriendelijke refractometer is sneller dan de bestaande refractometers: de meting gebeurt in ongeveer 10 seconden. Hij test beide ogen tegelijk en is heel eenvoudig toepasbaar. Een lachend gezichtje op het scherm, een flikkerend lichtje en een aangenaam geluid bij de screening maken van de screening een aangename ervaring. Het kindje zit op de schoot van de ouder en moet heel even naar een camera kijken die zich op 1 meter afstand bevindt.
De oogscreening maakt deel uit van de dienstverlening van Kind en Gezin. De regioverpleegkundige voert de test uit tijdens de consultatie van de kinderen van 12 en 24 maanden. Als het resultaat positief is, wordt het kind doorverwezen naar een oogarts, die het kind binnen de 2 maanden ophtalmologisch onderzoekt.
Innovatief aanbesteden
Kind en Gezin heeft voor het proefproject oogscreening projectmiddelen aangevraagd bij het Vlaams agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) dat onder de bevoegdheid valt van minister van Innovatie, Ingrid Lieten. Dit betekent concreet dat Kind en Gezin van 2011 af kan starten met oogscreening in de provincie Limburg. Totnogtoe en sinds 2008 heeft Kind en Gezin de oogscreener getest in Hasselt en Leuven. Kind en Gezin ging al in 2003 op zoek naar een elektronische test die het oogonderzoek zou standaardiseren en kwalitatief verbeteren. De visuele ontwikkeling van baby’s en kinderen is van groot belang in het preventiebeleid van het agentschap. “Niet alleen is de oogscreener een mooi maatschappelijk project, ook tonen we hiermee aan dat we als overheid met behulp van de techniek van het innovatief aanbesteden de innovatieve ontwikkelingen in Vlaanderen zélf kunnen stimuleren,” zegt minister van Innovatie Ingrid Lieten.”Limburg krijgt de primeur,” aldus nog Jo Vandeurzen: “Van begin van volgend jaar af is er voor alle kinderen van één en twee jaar een oogscreening. De ouders hoeven geen afzonderlijke afspraak te maken. Het gaat allemaal in één kleine moeite door.”
Contactpersonen voor de pers
Leen Du Bois
Woordvoerder Kind en Gezin
gsm 0496 59 15 11
Leo De Bock
Woordvoerder minister Jo Vandeurzen
Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
gsm 0475 92 42 89
Lot Wildemeersch
Woordvoerster minister Ingrid Lieten
Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding
gsm 0477 810 176
Download hier het persbericht in PDF.
(79 kB, 1 juni 2010)
ZorgAndersTv is een digitale en web-tvzender voor de zorgsector, van wooncentra tot kinderdagverblijven, van thuiszorg tot ziekenhuizen.
De initiatiefnemers willen professionals en gebruikers van zorg informeren en sensibiliseren. Hun visie sluit goed aan bij een belangrijke ambitie in de beleidsnota van minister Vandeurzen: zorg op maat, vraaggerichte zorg, samenwerking van alle zorgverstrekkers. Zorg op maat is het alternatief voor standaardzorg, één zorgaanpak die voor iedereen geldt. Zorg op maat betekent rekening houden met wat de cliënt verkiest en belangrijk vindt. Elke maand bezoekt ZorgAndersTv zorgvoorzieningen die nu al tonen wat zorg op maat betekent.
Daarnaast besteedt ZorgAndersTv aandacht aan nieuwe ontwikkelingen in de zorgsector, aan de knelpunten. De zender praat met beleidsmakers over wat anders kan en wat anders moet. Ook werkgelegenheid komt aan bod. Zorgvoorzieningen kunnen hun vacatures voorstellenop ZorgAndersTv .
ZorgAndersTv wil een aanspreekpunt zijn voor iedereen die met zorgsector te maken heeft Er is elke maand een nieuwe aflevering van ZorgAndersTv op http://www.zorganderstv.be en Telenet Digital TV.
Nota "werk maken van werk in de zorgsector": Download de volledige conceptnota hier.
(623 kB, 23 juni 2010)
Vraag naar en aanbod van goed opgeleid personeel voor de verschillende taken in de zorgsector zijn niet in evenwicht. Hoewel het aantal kandidaten voor de opleiding van bv. verpleegkundigen stijgt, gaapt een almaar groter wordende kloof. Daar komt nog de gemiddelde leeftijd van het zorgpersoneel van vandaag bovenop: een belangrijk aandeel gaat de komende tien jaar met pensioen. Het plan, “zorg om talent” dat Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin vandaag aan de Vlaamse Regering voorlegde, bevat acties om het tij te keren: imago- en wervingscampagnes, verfijning van de opleidingen, de erkenning van àlle opleidingen, onderzoek naar de opportuniteit van het aantrekken van buitenlandse kandidaten, een uitgebreide opleidingscapaciteit, stages in de thuiszorg en in woonzorgcentra, en voor de kinderopvang: een beter statuut en correcte verloning. Ook voor de sector personen met een handicap stellen zich dezelfde problemen. Dit zal verder uitgewerkt worden in de conceptnota Perspectief 2020 voor personen met een handicap. “Het is vijf voor twaalf,” aldus minister Vandeurzen, met “Zorg om Talent” bereiden we ons voor op de effecten van de vergrijzing. Een forse injectie van extra goed opgeleide mensen is onontbeerlijk om de toekomstige zorgnood te kunnen lenigen. Samen met mijn collega’s wil ik dan ook werk maken van werk in de welzijns- en gezondheidssector.”
294.000 mensen nu al in zorgsector
De zorgsector is een groeisector. Door de demografische tendensen zoals vergrijzing, verzilvering (de groep ouderen die veroudert) zal de vraag naar zorg de komende jaren sterk toenemen. In 2050 zullen er naar schatting drie keer zoveel tachtigjarigen en tien keer zoveel honderdjarigen zijn als vandaag. Het aantal chronische ziekten gaat er gelijk mee op.
Op basis van regionale economische vooruitzichten van het Planbureau wordt voor de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten (waaronder o.m. de ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen en kinderopvang) samen, tegen eind 2014 een groei geraamd van meer dan 60.000 extra arbeidsplaatsen. Op vandaag werken meer dan 294.000 mensen in de bedrijfstak ‘gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening’. In 1980 waren dit nog 112.500.
Vandaag vertegenwoordigt deze bedrijfstak 11,5% van de totale werkgelegenheid in het Vlaamse Gewest. De vooruitzichten voorzien een stijging tot 13% in 2014.
Een sector die zo sterk groeit, heeft extra personeel nodig. Bovendien gaan tienduizenden verpleegkundigen en verzorgenden de komende jaren met pensioen en moeten ze vervangen worden.
De grootste onevenwichten tussen vraag en aanbod zijn er voor verpleegkundigen en verzorgenden, maar er is ook een in het oog springend tekort aan goed opgeleide kinderverzorgsters voor de kinderopvang .
Het actieplan van minister Vandeurzen gaat vooral over twee sectoren: de gezondheidszorg- en ouderensector en de kinderopvang.
...
Lees de volledige persmededeling hier.
(148 kB, 22 mei 2010)
De Vlaamse Regering heeft op voorstel van minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen een voorontwerpbesluit goedgekeurd dat voor ziekenhuizen een aangepaste investeringssubsidie en gunstiger bouwnormen vooropstelt.
Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden aangelegenheden (VIPA) verleent in de welzijns- en de gezondheidssectoren investeringssubsidies en investeringswaarborgen aan initiatiefnemers met een VZW- of OCMW-statuut. De investeringen zijn bedoeld voor het oprichten, aankopen, verbouwen of uitbreiden van gebouwen en voor de aankoop van meubilair, uitrusting en apparatuur.
Voorgeschiedenis
De investeringssubsidies van het VIPA dekken in principe 60 % van de kostprijs. Ze maken het mogelijk dat voorzieningen betaalbaar zijn voor de gebruikers en tegelijk beantwoorden aan moderne eisen voor woon- en zorgcomfort.
Voor elke sector afzonderlijk legt een besluit van de Vlaamse Regering de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen vast. In het jargon spreken we over de VIPA-sectorbesluiten.
De jongste decennia hebben de infrastructurele behoeften in de ziekenhuizen conceptueel en functioneel wijzigingen veranderd. Ook op louter bouwtechnisch vlak is er een snelle evolutie.
Voorbeelden zijn:
- het streven naar een zuinig en/of alternatief energiegebruik;
- het aanwenden van duurzame bouw- en afwerkingmaterialen;
- de toename van de schaalgrootte van de voorzieningen als gevolg van de fusieoperaties van de jongste decennia;
- de noodzakelijke uitbouw van de infrastructuur als gevolg van de doorgedreven (sub)specialisaties in de ziekenhuisactiviteiten en het daarmee gepaard gaand stijgend aantal ziekenhuisartsen verbonden aan het ziekenhuis;
- de algemeen stijgende comforteisen van patiënten, bezoekers, personeel, artsen, paramedici;
- de reorganisatie van de ziekenhuisactiviteiten met clustervorming en zorgprogramma’s;
- het veralgemeend gebruik van nieuwe medisch gesofisticeerde apparatuur en de uitbouw van medisch-technische diensten daar rond (NMR, PET-scanner, …).
Het vandaag principieel goedgekeurde besluit komt hieraan tegemoet.
Het hogere aantal subsidiabele m² en de uniforme subsidieprijs geldt voor alle infrastructuurdossiers waarvoor nog geen principieel akkoord is verleend of waarvoor geen eerste gebruikstoelage werd vastgelegd voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit. De stijging ten opzichte van de vroegere regeling bedraagt ongeveer 17%.
Minister Jo Vandeurzen: “De ziekenhuiswereld kende de jongste jaren een enorme evolutie. Met dit nieuwe besluit komen we tegemoet aan terechte vragen van de sector om aangepaste financiering van de ziekenhuisinfrastructuur”.
Klik hier om de volledige persmededeling te lezen.
(106 kB, 22 mei 2010)
Op voorstel van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gezin, heeft de Vlaamse Regering een subsidie goedgekeurd van 265 000 euro ten gunste van de werking van het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen.
Met dit budget wil de Vlaamse overheid de expertise van het Instituut benutten om de preventie van reisgebonden infectieziekten te versterken. Het Instituut biedt immers aan iedereen via hun website www.itg.be geactualiseerde informatie aan, bedoeld voor reizigers, en specifiek voor reizigers naar andere continenten.
Gelet op de toenemende trend naar verre reizen, roept minister Vandeurzen de reislustigen op om deze publieke dienstverlening te benutten en zich tijdig te informeren over gezondheidsrisico’s die ze kunnen lopen (malaria, hepatitis, hoogteziekte, gele koorts en andere ziekten). De huisarts is het best geplaatst om hen zonodig te vaccineren, medicatie voor te schrijven of een geïndividualiseerd advies te geven over in acht te nemen hygiënische maatregelen.
De subsidie is ook bestemd voor de preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv-besmetting bij personen uit de Afrikaanse gemeenschap in ons land. Het Instituut beschikt over een sterke reputatie in subsaharaans Afrika, kent de gevoeligheden en culturele eigenheid van de Afrikanen en bereikt daardoor gemakkelijker deze doelgroep met aangepaste communicatievormen.
Subsaharaans Afrika is de enige regio ter wereld waar meer vrouwen dan mannen zijn getroffen door de HIV/AIDS-epidemie. Drie op vier sterfgevallen ten gevolge van AIDS in de wereld vinden plaats in Afrika. Preventie begint in sommige Afrikaanse landen stilaan vruchten af te werpen, wat blijkt uit gedragswijziging en dalende HIV-prevalentiecijfers.
Klik hier om de persmededeling te downloaden.
(101 kB, 22 mei 2010)
Het verslag van het bezoek vindt u hier:
http://dagkrant.kuleuven.be/?q=node/8059
Visienota Kaderdecreet goedgekeurd
In haar Regeerakkoord beloofde de Vlaamse regering een kaderdecreet dat het aanbod kinderopvang overzichtelijk en toegankelijk, van een betrouwbare kwaliteit en hoeveelheid zou maken. Na de nieuwe uitbreidingsronde in de kinderopvang, besprak hij vandaag op de ministerraad een visienota, die de aanloop betekent naar een volwaardig kaderdecreet. Het kaderdecreet kinderopvang zal samen met de kindpremie in het Vlaams parlement besproken worden en zal wellicht begin 2012 van kracht zijn. Jo Vandeurzen: “Het belang van kinderopvang neemt toe: er zijn meer eenoudergezinnen, meer tweeverdieners. Een ouder kan vaak pas ingaan op een jobaanbod als er een opvangmogelijkheid is voor de kinderen. Kinderopvang zal flexibel met werk gecombineerd moeten kunnen worden. Uiteraard is voldoende aanbod een belangrijke zorg, maar kwaliteit is dat evenzeer.”
Als bijlage vindt u de volledige tekst van de visienota kaderdecreet kinderopvang.
(1,3 MB, 30 april 2010)
De sector van de kinderopvang is een kluwen. Het bos is in de verdrukking gekomen door de bomen: het aanbod is versnipperd, er zijn diverse organisatiemodellen, de regelgeving is ingewikkeld en niet in overeenstemming de Europese regelgeving. Dat moet dringend anders. Transparanter. Met een duidelijk vergunningenbeleid, een beperkt aantal soorten vergunde opvang, met een competentiebeleid en een strikte kwaliteitsbewaking. Het kaderdecreet zal m.a.w. de voorwaarden aangeven voor de minimale kwaliteit en voor de overheidsfinanciering van de kinderopvang.
Lokale loketten kinderopvang
Deze visienota gaat uit van drie krachtlijnen: er moet voldoende én leefbare kinderopvang komen, deze opvang moet voor elk kind een kwaliteitsnorm halen én de opvang moet toegankelijk zijn voor iedereen. Elk gezin dat kinderopvang wenst, moet er toegang toe hebben. Om dit te realiseren plant minister Vandeurzen deze acties:
• investeren in meer plaatsen en een geschikt programmatie-instrument;
• een toereikend en evenwichtig gespreid aanbod inkomensgerelateerde kinderopvang verwezenlijken. De minister moedigt alle toekomstige beheerders van vergunde opvang aan om het systeem van de inkomensgerelateerde bijdrage aan te nemen. In dat systeem betalen ouders volgens hun financiële draagkracht.
• de beschikbare plaatsen in elke gemeente/regio centraal beheren. Dat zal gebeuren met lokale loketten kinderopvang die gezinnen aan een opvangplek helpen. Op die manier moeten ouders niet meer her en der op zoek naar opvangmogelijkheid.
• als ouders een plek reserveren, moeten ze die betalen. Zo willen we ouders mee verantwoordelijk maken.
Kwetsbare gezinnen vinden moeilijk de weg naar kinderopvang. Betaalbaarheid speelt een rol, maar ook is het aangewezen deze mensen actief over het aanbod te informeren en ze aan te moedigen.
Een belangrijke implicatie van het kaderdecreet is dat alle formele opvang aan vooraf bepaalde voorwaarden zal moeten voldoen. Deze vergunningsplicht geldt voor iedereen. Louter “gemelde” (niet gecontroleerde) opvang zal niet meer kunnen. Het vergunningsbeleid maakt een onderscheid tussen gezinsopvang en groepsopvang.
Het decreet stimuleert voorts de beheerders van opvangplaatsen om een eigen kwaliteitsbeleid te voeren. Sterke, leefbare en stabiele opvanginitiatieven vereisen een eenduidige subsidiëring. Die komt er.
10.000 extra plaatsen
Om economische groei, werkgelegenheid van jonge ouders, gelijke kansen voor vrouwen en sociale inclusie de beste kansen te geven, - en toegankelijke kinderopvang is daarvoor een belangrijke ondersteunende dienstverlening - stelt de EU de zogenaamde Barcelonanorm voorop. Die zegt dat 33% van alle kinderen jonger dan 3 jaar een plaats moet vinden in de formele kinderopvang. De formele Vlaamse kinderopvang (erkend of met attest van toezicht) overschrijdt deze norm: 44,6% van alle kinderen onder de 3 jaar kunnen in Vlaanderen terecht in de formele kinderopvang.
Tegen 2016 wenst de Vlaamse regering 50% te halen. Rekening houdend met de nataliteitsprognose, betekent dit dat er tegen dan 10.000 plaatsen moeten bijkomen in de voorschoolse kinderopvang. Tegen 2020 wenst de regering de volledige dekking te verwezenlijken.
De visienota die vandaag in de ministerraad werd besproken, is een eerste stap. De Strategische Adviesraad en het Raadgevend Comité van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin brengen nog advies uit. Rekening houdend daarmee wordt het decreet geschreven, dan volgen de uitvoeringsbesluiten en de overgangsbepalingen. Verwacht wordt dat het kaderdecreet Kinderopvang begin 2012 van toepassing zal zijn.
Download de persmededeling in PDF.
(113 kB, 30 april 2010)
De Vlaamse regering kent voor 2010 een subsidie van € 440.000 toe aan de centra voor opsporing van aangeboren metabole aandoeningen in Antwerpen, Gent en Brugge. Ze krijgen meer middelen om 9 specifieke aandoeningen te detecteren bij alle Vlaamse pasgeborenen.
De Wereldgezondheidsorganisatie heeft naar aanleiding van haar project “gezondheid voor iedereen” 21 doelstellingen geformuleerd. Dit jaar moeten de lidstaten de beleidsmaatregelen voor “gezondheid voor iedereen” hebben en toepassen op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Tegen 2020 moeten in heel de Europese regio ziekte, handicaps en voortijdige dood ten gevolge van “belangrijke chronische ziekten” gereduceerd zijn tot het laagst haalbare niveau. Het Vlaamse regeerakkoord vermeldt dan ook de ambitie om opsporingsprogramma’s te evalueren.
download de persmededeling hier.
(104 kB, 23 april 2010)
Minister van Justitie Stefaan De Clerck en Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen ondertekenen vandaag op de Veiligheidsconferentie in Antwerpen het protocol kindermishandeling. Ze engageren zich voor een intense samenwerking in de bestrijding van kindermishandeling. Ze gaan in het protocol nieuwe verbintenissen aan. De ministers verbinden zich met de ondertekening tot:
• het bevorderen en organiseren van overleg over kindermishandeling op lokaal en Vlaams niveau;
• sensibilisering, informatie en vorming;
• een gemeenschappelijke richtlijn voor de bestrijding van kindermishandeling, het “stappenplan kindermishandeling”.
Structureel overleg tussen de actoren van Welzijn en Justitie maakt een doeltreffender bestrijding van kindermishandeling mogelijk. Het protocol kindermishandeling voorziet dit overleg op twee vlakken, op niveau van het gerechtelijk arrondissement en op Vlaams (beleids)niveau.
Lees de volledige perstekst hier.
(162 kB, 8 april 2010)
Inclusieve ondersteuning voor personen met een handicap
77 plaatsen als eerste fase in de zorgvernieuwing
Er komen alvast 77 plaatsen voor personen met een beperking in de geïntegreerde woonprojecten zoals voorzien in het Uitbreidingsbeleid 2010. Dat heeft de Vlaamse regering vandaag beslist op voorzet van minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen. De 77 plaatsen maken deel uit van het “pilootproject diensten inclusieve ondersteuning”. De beslissing komt voort uit een sterk emanciperende inschatting van personen met een handicap en het streven naar meer “gewone”, in de samenleving geïntegreerde huisvesting, naast de residentiële voorzieningen. Deze diensten inclusieve ondersteuning leveren ambulante ondersteuning van personen met een handicap. De minister koos voorlopig voor een beperkte introductie van “inclusieve” woonvormen. De toewijzing van de plaatsen gebeurt mee op basis van een instrument dat de zorgzwaarte meet en dat momenteel wordt uitgeprobeerd. Tegen eind volgend jaar moet een veralgemeende toepassing haalbaar zijn. Dan kan ook de personeelsbezetting gesimuleerd worden, afgestemd op de noden van de gebruikers. “Dit pilootproject is geen vrijblijvende oefening, “aldus minister Vandeurzen, “het is de eerste fase van de zorgvernieuwing, een belangrijke stap. We starten met een subsidiëring op basis van een geobjectiveerde ondersteuningsnood. De persoon met een handicap organiseert zijn leven zelf en maakt zijn eigen keuzes. Hij krijgt hulp uiteraard, maar heeft de regie van zijn leven zelf in handen. En de slotsom moet zijn dat we de beschikbare middelen op die manier doeltreffender en handicapspecifieker gebruiken. Het credo is dus ook hier “zorg op maat”, ook voor de zwaarbehoevende personen met een handicap.“
Lees de volledige persmededeling hier.
(148 kB, 8 april 2010)
Elke donderdag om 12u komen ministers van de Vlaamse regering aan het Errerahuis samen voor een klein uur lopen in het Warandepark. De Minister-President nam het initiatief (moet nu even afhaken) en intussen lopen ook de ministers Crevits, Schauvliege en Vandeurzen en een aantal van hun medewerkers mee.
Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen maakt sinds enkele maanden tijd voor sport. Kwestie van wat af te vallen en fittere dagen te hebben, kwestie ook van consequent te zijn als minister van volksgezondheid. Die heeft gezondheidsdoelstellingen afgesproken. “Voeding en Beweging” is daar één van. Ze wil dat het percentage mensen met een gezond gewicht minstens behouden blijft en gaat dus in tegen de globale trend van gewichtstoename, zoals die blijkt uit de recente grootschalige gezondheidsenquête. Met de acties om deze doelstelling te halen, wil minister Vandeurzen verschillende leeftijdsgroepen bereiken. Voor de jongeren is er al de actie “fruit op school”. Voor het schooljaar 2009-2010 zijn in Vlaanderen en Brussel 235.359 leerlingen ingeschreven voor de schoolfruitactie. Scholen die deelnemen, engageren zich voor ten minste één portie fruit per week gedurende minstens dertig weken per schooljaar. De investering beloopt 300.000 EUR. De actie mag een succes genoemd worden. Voor de actieve bevolking is er “Voeding en beweging op het werk”. En onlangs nog tekende minister Vandeurzen een samenwerkingsovereenkomst met de voedingsindustrie die voortaan mee haar schouders zet onder de gezondheidsdoelstelling. Zie ook http://www.eetexpert.be



Vandaag vindt in Plopsaland in Hasselt de Gezinsdag van CD&V plaats. Plopsaland, een speelparadijs voor kinderen. Is Vlaanderen dat ook? Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen lichtte het uitbreidingsbeleid kinderopvang toe.
Er worden weer meer kinderen geboren in Vlaanderen. In 2002 zo’n 60 000, in 2008 meer dan 70 000. De groep kinderen onder de drie dikt aan: tegen 2013 zullen ze bijna met z’n 210 000 zijn. Dat zijn er 4,5% meer dan in 2008. We zien ook een trendbreuk: koppels stellen de geboorte van hun eerste kindje minder lang uit. En: het aantal gezinnen met twee of drie kinderen neemt toe. Dat is goed nieuws alvast voor Plopsaland. Het is ook goed nieuws voor de toekomst van Vlaanderen. “Kinderen,” zegt Jo Vandeurzen, “zijn het sociale kapitaal van onze samenleving.” Bekende sociologen benadrukken het belang van een gezonde samenleving, een samenleving uiteraard mét kinderen. Hun onderzoek geeft aan dat investeren in de jongste kinderen maatschappelijk en financieel het grootste terugverdieneffect heeft. Maar dat niet alleen natuurlijk: elk kind is uniek én verdient het alle kansen te krijgen. Dat is ook de overtuiging van de Vlaamse Regering.
Bekijk het volledige persbericht hier.
(122 kB, 22 maart 2010)
Tussen 1 september en 1 december van het crisisjaar 2008 werden 3500 inwoners van het Vlaams Gewest en 3000 inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (en 3500 in het Waals Gewest van wie 300 in de Duitstalige Gemeenschap) intensief geïnterviewd over hun gezondheid. De Vlaamse overheid is één van de zeven opdrachtgevers voor de vierjaarlijkse Gezondheidsenquête door het WIV (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid). Eerdere edities waren er in 1997, 2001 en 2004. De organisatie ervan berust bij het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid dat samenwerkte met o.a. het Centrum voor Statistiek van de Universiteit van Hasselt. Een gezondheidsenquête verzamelt ontbrekende informatie over de gezondheidstoestand van de bevolking en de behoefte aan gezondheidszorg. De thema’s van de gezondheidsenquête 2008 zijn gezondheidstoestand, leefstijl en preventie, medische consumptie en gezondheid en samenleving. Over elk van deze domeinen is er een rapport. Twee extra rapporten gaan over socio-economische ongelijkheden in de gezondheidszorg en over de gezondheid van de oudere bevolking. Vandaag wordt het eerste lijvige rapport voorgesteld.
Download de persmededeling hier.
(126 kB, 19 maart 2010)
Brussel, 18 maart 2010.
“Er bestaat geen “bewezen” oorzakelijk verband tussen de aanwezigheid van hoogspanningslijnen en de gezondheid van de omwonenden,” aldus Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen. “Wel bestaan er statistische en andere “aanwijzingen” dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen, meer bepaald op het voorkomen van leukemie.” Concreet houden wetenschappers rekening met de mogelijkheid van één tot twee kinderen met leukemie in een periode van twee jaar, in Vlaanderen, veroorzaakt door deze niet-ioniserende straling. De Wereldgezondheidsorganisatie en andere wetenschappelijke organisaties raden derhalve aan de blootstelling van kinderen aan magnetische straling die zich ontwikkelt rond hoogspanningskabels zoveel mogelijk te verminderen. Kinderen zijn hier gevoeliger voor dan volwassenen.
Download de volledige persmededeling hier.
(105 kB, 19 maart 2010)
Gezondheidsovereenkomst met voedingsindustrie

Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen sluit vandaag een collectieve gezondheidsovereenkomst af met Fevia Vlaanderen, de beroepsfederatie van de voedingsindustrie. Fevia Vlaanderen is volgens de minister een onmisbare partner in de strijd tegen overgewicht en obesitas. Met het ondertekenen van deze collectieve gezondheidsovereenkomst engageert Fevia Vlaanderen zich om mee te werken aan het verwezenlijken van de gezondheidsdoelstelling “Voeding en Beweging”.
Minister Vandeurzen tekende een overeenkomst met de voedingsindustrie: naar een extra versnelling in de strijd tegen obesitas en overgewicht. Naast de minister vlnr Jan Vander Stichele, voorzitter beroepsorganisatie FEVIA en mevrouw Claire Bosch, Secretaris-generaal.
Download hier de perstekst
(143 kB, 8 maart 2010)
De Vlaamse Regering heeft een concretiseringsnota voor Vlaanderen Medisch Centrum goedgekeurd. Vlaanderen Medisch Centrum (VMC) is het project voor innovatieve doorbraken in de gezondheidszorg en in alle vormen van zorg met maximale maatschappelijke en economische meerwaarde. Drie ministers leiden samen VMC: Minister-President Kris Peeters, onder meer bevoegd voor economie, Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen en Vice Minister-President en Minister van Innovatie Ingrid Lieten.
Download hier de perstekst
(135 kB, 2 maart 2010)
Vlaams Minister Jo Vandeurzen: “Volgehouden inspanningen lonen”
De voorbije veertien dagen is in zeer nauw overleg tussen de medewerkers van federaal minister van Werk Joelle Milquet en van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen, een voorstel uitgewerkt van werknemersstatuut voor de bij een dienst aangesloten onthaalouders. Dat voorstel is nu goedgekeurd door de federale regering.
“De onthaalouder is een cruciale schakel in het Vlaamse kinderopvangbeleid,” aldus Jo Vandeurzen, “met meer dan 30 000 opvangplaatsen zijn zij de grootste aanbieder. Door hun kleinschalige gezinsopvang en hun buurtgerichte inbedding zijn ze voor de ouders zeer belangrijk, omdat ze hen toelaten een evenwichtige combinatie tussen arbeid en gezinsleven te maken. In het overleg hebben we gestreefd naar een specifieke arbeidsovereenkomst voor de onthaalouder, naar een overeenkomst die de onthaalouder volwaardige toegang geeft tot de sociale rechten van de werknemer en die wettelijk aangepast is aan de arbeidsrechten, en afgestemd is op de situatie van de onthaalouder. Het was voor ons essentieel dat deze specifieke arbeidsovereenkomst geïntroduceerd werd met overgangsbepalingen die garanderen dat wie nu in het sui generis statuut werkt, ervoor kan kiezen om, minstens gedurende een overgangsperiode, in dit statuut te blijven werken.”
Voor minister Vandeurzen is het cruciaal dat de verwezenlijking van een werknemersstatuut ook een reële verbetering voor de onthaalouder betekent. Bovendien moet de kostprijs beheersbaar zijn voor de gemeenschappen.
Het federale voorstel is gebaseerd op volgende principes:
· Onthaalouders zullen via een arbeidsovereenkomst verbonden zijn aan een dienst voor onthaalouders (werkgevers).
· Het statuut wordt gebaseerd op het statuut van de thuisarbeiders.
· Loon: de onthaalouders ontvangen een maandelijks vast loon waarvan 20% een kostenvergoeding is die fiscaal is vrijgesteld.
· Onthaalouders krijgen een volledige sociale bescherming volgens het arbeidersstatuut. De sociale bescherming is gebaseerd op het gewaarborgd minimuminkomen.
· De inkomsten worden belast aan een verminderde aanslagvoet van 10%.
· Elke nieuwe onthaalouder komt in dit statuut terecht
· De bestaande onthaalouders krijgen gedurende de overgangsperiode de keuze tussen het werknemersstatuut en het sui generisstatuut.
Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen is dan ook tevreden dat vandaag het engagement in het Vlaamse regeerakkoord een belangrijke stap dichterbij komt. Hij zal het voorstel voluit verdedigen in de Vlaamse Regering.
Bijlage: Overzicht verschillende statuten
Basisinformatie sui generisstatuut
Het aantal onthaalouders stijgt van ca. 4000 bij de start van K&G (1987) tot ca. 7300 in 2009. De voorbije legislatuur fluctueerde het aantal onthaalouders tussen 7450 in 2004 en 7300 in december 2009. Zij zijn aangesloten bij 193 diensten voor onthaalouders, verspreid over Vlaanderen en Brussel.
Tot 1975 hebben onthaalouders enkel een grijze of zwarte situatie: ze hebben geen statuut, noch als zelfstandige, noch als werknemer. In 1975 komt hier verandering in. De fiscale administratie beschouwt de inkomsten die onthaalouders uit hun activiteit halen als een terugbetaling van kosten en niet als loon. Officieel verkrijgen zij dus een onkostenvergoeding uit hun activiteit. Deze onkostenvergoeding werd stelselmatig omhooggetrokken. Echter, dit had nog geen statuut tot gevolg.
Het statuut van de aangesloten onthaalouder trad in werking in 2002 via de programmawet en was destijds een gevolg van een federaal-Vlaams politiek akkoord. Aangezien onthaalouders omwille van de bijzondere organisatievorm ervan in de Gemeenschappen, in de feiten geen werknemer en ook geen zelfstandige zijn, kwam er een specifiek sui generis statuut dat twee bekommernissen verzoende. Enerzijds moesten de onthaalouders nog heel wat zelfstandig kunnen beslissen, anderzijds moesten ze van een zo volledig mogelijke sociale bescherming kunnen genieten.
Deze combinatie heeft geleid tot een sociaal statuut dat sterk geïnspireerd is op de bescherming van een werknemer. Toch werden zij geen werknemers.
Dit sui generis statuut geeft volgende sociale rechten:
· recht op een tegemoetkoming bij geneeskundige verzorging
· recht op een vervangingsinkomen bij moederschapsrust, ziekte en invaliditeit, arbeidsongeschiktheid door een arbeidsongeval of een beroepsziekte
· recht op kinderbijslag, geboortepremie en adoptiepremie
· recht op een compensatie wanneer kinderen afwezig zijn buiten de wil van de onthaalouder. Dit bedrag varieert naargelang het aantal kinderen dat afwezig is en de duur van die afwezigheid.
· pensioenrechten opbouwen zoals werknemers in het algemeen stelsel
PERSBERICHT
Viceminister-president van de Vlaamse Regering Geert Bourgeois
Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen
BRUSSEL - VRIJDAG 8 JANUARI 2010
Dakloze gezinnen al volgende week onder dak in kantoorgebouw Vlaamse overheid
Vanaf volgende woensdag 13 januari komen een aantal dakloze grote gezinnen met jonge kinderen tijdelijk wonen in het leegstaand gebouw van de Vlaamse overheid in de Brusselse Kreupelenstraat. Het gaat in totaal over ongeveer 30 dakloze vluchtelingen. Vlaams viceminister-president Geert Bourgeois en minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen maken daar middelen voor vrij. Het Vlaams Agentschap voor Facilitair Management staat in voor de inrichting en het onderhoud van het gebouw. Beide Brusselse Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) zorgen voor professionele opvang en begeleiding van de gezinnen.
Vooral grote gezinnen (minimum drie kinderen) van vluchtelingen vinden heel moeilijk een dag- en nachtverblijfplaats. Die acute opvangnood wordt door de aanhoudende koudeperiode steeds ernstiger. Vlaams viceminister-president Geert Bourgeois, bevoegd voor facilitair management en inburgering, nam tijdens de kerstvakantie het initiatief om het leegstaand kantoorgebouw in de Kreupelenstraat 2 te gebruiken als opvanglocatie voor deze gezinnen. “We kunnen gezinnen met jonge kinderen absoluut niet in mensonterende omstandigheden op straat laten leven. De Vlaamse regering neemt daarom haar verantwoordelijkheid. Door de snelle aanpak van mijn administratie slagen we er in om het gebouw al tegen woensdag bewoonbaar te maken voor een vijftal grote gezinnen, in totaal dertig personen”, legt minister Bourgeois uit. Het Agentschap voor Facilitair Management zorgt voor enkele noodzakelijke (brand)veiligheidsmaatregelen, voor meubilair in de leef- en slaapruimtes en voor de schoonmaak van het gebouw. Het Agentschap financiert ook de kosten voor water, elektriciteit en verwarming.
Vanaf woensdag 13 januari nemen al minstens drie grote gezinnen met jonge kinderen voor zes maanden hun intrek in het gebouw. De gezinnen, die worden doorverwezen door Vluchtelingenwerk Vlaanderen, kunnen er dag en nacht verblijven. Ze krijgen er woonbegeleiding van de twee Brusselse CAW’s, Mozaïek en Archipel. Medewerkers begeleiden de gezinnen o.a. bij het zoeken naar een permanente huisvesting, werk, onderwijs voor de kinderen en alles wat helpt om weer zonder hulp voort te kunnen. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen gaf de CAW’s eerder al eenmalig en omwille van de hoge nood 600.000 euro extra voor hulp in Vlaanderen aan mensen zonder wettig verblijf, asielzoekers en vluchtelingen. “De CAW’s zijn vaak het laatste vangnet voor zeer kwetsbare mensen. De situatie van grote vluchtelingengezinnen in Brussel is nog apart en het initiatief van mijn collega is zeer welkom. We zijn blij dat we de ervaring en deskundigheid van onze welzijnsorganisaties hier kunnen inzetten,” aldus Jo Vandeurzen.
Meer info?
Bert Maertens (woordvoerder minister Bourgeois):
02/552.69.16 – 0473/55.41.50 – bert.maertens@vlaanderen.be
Leo De Bock (woordvoerder minister Vandeurzen):
02/552.64.49 – 0475/92.42.89 – leo.debock@vlaanderen.be
Welkom op de nieuwe website van Minister Jo Vandeurzen.